Adam en Evert - Hoe kunnen we met elkaar gemeente zijn?
interview met prof. dr. Ruard Ganzevoort
In juni verscheen Adam en Evert – De spanning tussen kerk en homoseksualiteit. Het zoveelste boek over de bekende Bijbelteksten? Absoluut niet. Ruard Ganzevoort en zijn mede-auteurs bieden een frisse en vooral constructieve visie op een gevoelig onderwerp dat in ons land vele tienduizenden raakt. Maarten van den Driest sprak met hem.
Het gebeurt niet vaak dat religieuze boeken over homoseksualiteit verbazen. Alle argumenten, Bijbelverzen en wat niet al zijn ondertussen zo uitgekauwd dat je van heel goeden huize moet komen om nog iets nieuws te verzinnen. De lezer die, met enig wantrouwen, aan Adam en Evert begint, raakt echter al tijdens de inleiding gegrepen. Dit boek kiest namelijk een andere weg. Het stelt niet de vraag naar wat ‘ze’ mogen maar wel hoe gelovigen samen gemeente kunnen zijn. Hoe raak je iemand niet kwijt als deel van de kerk, van de familie?
Opvallend aan dit boek is de ogenschijnlijke neutraliteit. Hoewel de sympathieën van de auteur voor de goede verstaander wel duidelijk zijn, worden ieders gevoelens en gedachten helder belicht. De buitenstaander leert op die manier ook de vreselijke keuzes en emotionele strijd van de diepgelovige kennen. Het gaat niet meer om wie er gelijk heeft en wie niet maar om hoe wij samen kunnen leven. Het is een indringend en regelmatig schrijnend boek dat opgebouwd is rond de ervaringen van mensen. De niet- of anders gelovige buitenwereld zal hun medeburgers een stuk beter leren begrijpen.
Ruard Ganzevoort is hoogleraar Praktische Theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij was voor een periode van tien jaar predikant binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken maar raakte zijn ambt kwijt toen hij met een man samen ging wonen. Met die man leeft hij nog steeds samen. Zij hebben een hotel, in een prachtig huis in Utrecht.
Wat was voor u de aanleiding om aan dit project te beginnen?
Nou, het onderwerp staat voor mijzelf dichtbij. Ik ben mijn ambt kwijtgeraakt. Het lukte mij indertijd niet om binnen de kerk dit onderwerp voldoende bespreekbaar te maken. Uitgeverij Ten Have wilde hier al langer iets mee en heeft mij ervoor benaderd. Ik betwijfelde of ik nou de meest geschikte persoon was om dit boek te schrijven. Ik heb wel eerder gepubliceerd over homo’s en geloof maar ik ben toch zeker geen homoprofessor. Toch leefde het onderwerp op de achtergrond wel mee. Toen twee studenten, Erik Olsman en Mark van der Laan, beide een zeer goede scriptie schreven, die bruikbaar materiaal opleverden, heb ik voorgesteld te gaan schrijven.
De kerkelijke pers heeft uw boek vrijwel niet gerecenseerd. Wat vindt u daarvan?
Het is nog behoorlijk vroeg voor recensies .Ik vind het wel opvallend dat de orthodoxe kerken relatief neutraal of zelfs voorzichtig positief hebben gereageerd. Dat zou een aantal jaar geleden niet zijn gebeurd. Buiten de kerkelijke pers krijgen we gelukkig ook aandacht. Adam en Evert is bijvoorbeeld genoemd in Quest.
Dit had een aantal jaren geleden niet gekund?
Nee. Sinds nog maar vier of vijf jaar komen er langzamerhand kleine roze randjes aan de zwarte kousen. Dat is vooral te danken aan de inspanningen van verenigingen voor christelijke homo’s als RefoAnders. Zij hebben homoseksualiteit beter bespreekbaar gemaakt. Dat betekent voor RefoAnders wel dat zij homoseksueel gedrag en relaties afwijzen. Contrario, uit een andere hoek, draagt ook bij aan grotere openheid.
U roept kerken op om nou eens niet te vragen wat ‘ze’ mogen. Maar is dat niet heel acuut, bijvoorbeeld als een homo aan het avondmaal (of de eucharistie) wil?
De lijfelijke inrichting van iemands leven, wat hij of zij in bed wil doen, is heel persoonlijk. Kerken zouden zich daar helemaal niet over uit moeten spreken. Ik vind het eigenlijk raar dat dit zo’n enorm onderwerp is. Tegenwoordig wordt iemands rechtlijnigheid in veel kringen afgeleid van of hij homoseksualiteit wel scherp genoeg veroordeelt. Er zijn zoveel meer onderwerpen om je druk over te maken. De Bijbel zelf spreekt vele malen vaker, en langer, over armoede, onderdrukking, gastvrijheid, integriteit en nog een heleboel dingen meer.
Hebt u enig idee hoe dat zo gekomen is?
Ik denk dat het een vorm van identity politics is. Mensen voelen zich omringd door een enorme wereld waar ze niet bij willen horen en zoeken dan naar manieren om grenspaaltjes neer te zetten. Op zich is dat al verhelderend, het toont dat we meer over gevoel moeten praten en minder over wie er ‘gelijk’ heeft.
U schrijft wel heel relativerend over de ‘visie van het Westen’ op seksualiteit. Bestaat er helemaal geen gelijk? Moet iedereen het zelf maar weten?
Het ter discussie stellen van de Westerse visie, zogezegd, is geen afwijzen. Ik vind het wel goed om te wijzen op de soms sterk verschillende achtergronden waarin mensen hun meningen vormen. Wat is een goede stap voorwaarts? De frontale aanval, zoals vroeger vaak gebeurde? Ik vind het beter om je in de gesprekken met mensen je te richten op hun situatie nu en wat er kan binnen hun eigen mogelijkheden.
Vertraagt u daar niet juist de acceptatie van homoseksualiteit mee?
Mensen uit orthodoxe christelijke en islamitische kringen zonder meer ‘de waarheid’ vertellen zet ons juist klem. Je gesprekspartner kruipt direct terug in het eigen gelijk en je komt niet verder. Als ik niet probeer te begrijpen hoe een ander de dingen ziet, hoe kan ik dan verwachten van die ander dat hij het wel doet?
Hoe kunnen we dan de acceptatie verder helpen in al deze groepen?
Het COC heeft in orthodoxe kringen niet veel krediet en spreekt niet dezelfde taal. Door deze mismatch lopen ze met al hun goede bedoelingen vast. Wat het COC fantastisch kan aanleveren is de strijdbaarheid en krachtige vertegenwoordiging. Daar heb ik zeker geen oordeel over, maar het is niet altijd even handig in orthodoxe kringen. Ze hebben partners nodig die bekend zijn in de kringen die ze proberen te benaderen. Nu al is er aardig wat communicatie over en weer tussen COC en minderheidsgroeperingen. Die moet verder uitgebreid worden.
CVKoers [christelijk opinieblad uit reformatorische hoek, red.] schreef dat u de verantwoordelijkheid voor het gesprek wel erg aan de kant van de pastor legt. Wat vindt u daar van?
Moeten wij homo’s niet ook partners willen zijn dit proces? Ja. Deze gesprekken beginnen echter niet neutraal. Het gaat hier om mensen die van jongs af aan zijn volgestopt met een negatief zelfbeeld en zelfafwijzing. De verantwoordelijkheid ligt dus wel degelijk ook bij de pastors en andere kerkelijke beambten.
U hanteert in uw boek een zestal ‘beelden’ van homoseksualiteit, nl. Gebrokenheid, Zonde, Strijd, Ziekte, Anders zijn en Jezelf zijn. Waarom zijn die belangrijk?
Iedereen werkt met beelden, seculieren ook. Die beelden geven richting aan ons denken en spreken. Enkel en alleen herkennen vanuit welk beeld wij en de ander spreken werkt verhelderend en maakt het makkelijker om door te spreken. Verder is het zo dat elk beeld zo zijn nadelen heeft. Als je gemeenteleden steeds maar vertelt dat ze moeten strijden dan kunnen ze in feite alleen nog maar falen. Verder is de gedachte ‘je mag het wel zijn maar je mag het niet doen’ nauwelijks Bijbels te verantwoorden. Homoseksualiteit als gewoon weer een gevolg van de zondeval zien (gebrokenheid) is niet eerlijk want daarvoor krijgt het teveel aandacht. Het betekent ook dat mensen niet eens meer zwak hoeven te zijn want ze zijn in hun binnenste kern al gebroken. Dat is aardig wat om te verstouwen. Jezelf kunnen zijn klinkt heel open en aardig maar het betekent vaak wel een scheuring met familie en kerk. Sommige mensen kiezen voor hun sociale omgeving en stoppen daardoor een deel van hun zelf weg.
Is dat geen vreselijke keuze?
Voor sommigen wel. Waar het hier om gaat is mensen een manier zoeken om hun leven te kunnen leiden. Gemeenschap is ook belangrijk natuurlijk, heel zelden willen mensen echt lang alleen zijn. We helpen deze mensen niet door hun keuzes steeds weer op de spits te drijven.
Wat kan de kerk daarbij doen? En wij?
Mensen die buiten de kerken staan kunnen natuurlijk weinig doen. Ik zou wel willen oproepen gelovige homo's niet direct af te schuiven maar open met ze te praten over hun gedachten en gevoelens, en de jouwe. Heteroseksuele kerkgangers kunnen heel veel goed doen door even stil te staan bij het moet zijn voor hun homoseksuele mede-gelovigen. Ook nu weer: praten met elkaar, niet over elkaar. Mensen met een kerkelijk ambt hebben een speciale positie. Voor hen is de vraag waartoe ze geroepen zijn: om de gemeente kant A of B op te krijgen of om mensen in hun strijd over A of B te helpen dichter bij God te komen? Wil je de strijd beslechten of wil je die vruchtbaar maken?
Meer informatie en interviews zijn te vinden op de website van Adam en Evert.
Adam en Evert – De spanning tussen kerk en homoseksualiteit
Ruard Ganzevoort, Erik Olsman en Mark van der Laan
Ten Have, 2010
ISBN 978 90 259 6040 7
NUR 700
www.adamenevert.nl
---
Op dit artikel is nog geen commentaar binnengekomen. Wil je iets zeggen? Ga naar de
Postbus.